Reads

Educatorium

In het pakket techniek dat door het midden van het gebouw loopt, is een dikke verwarmingsbuis door een steile stalen trap gestoken, waardoor het onmogelijk wordt deze te bestijgen. Het détail lijkt een Peter Eisenman-referentie maar is niet bedoeld om gepubliceerd te worden. Het is geen architectuur want het is aangebracht door de installatiedeskundigen. Is het, net als de nauwkeurig gemodelleerde waterspuwers helemaal bovenin de Notre Dame, alleen gemaakt voor God om te zien? Metafysica is het niet, wel een bewijs dat het OMA de vernieuwing vindt op de bouwplaats en aan de vergadertafel. Het Educatorium is een groot object dat nazindert van het feit dat het is gemaakt door een grote groep specialisten. De verschillende onderdelen van het gebouw én van het bouwen zijn in hun autonomie gedramatiseerd en niet in architectuur geintegreerd.
21 November 1997 _

Havenstad Rotterdam

Bij alle aandacht voor de transformaties van de oude havengebieden in Rotterdam zouden we bijna vergeten dat er ook nog een echte haven bestaat. Er gaan zelfs stemmen op dat de stad de haven maar beter kan vergeten en de overleefde identiteit van havenstad van zich af moet schudden. Maar dat kan niet: de haven heeft de stad nog een les te leren. De gedachte dat stad en haven elkaars optimalisatie in de weg zitten werd recentelijk verwoord door een gelegenheidsduo bestaand uit het Office for Metropolitan Architecture en het economisch onderzoeksinstituut Nyfer. Ze werden ingeschakeld door de verontruste ondernemersorganisaties om het Centraal Planbureau tegen te spreken dat de Maasvlakte 2 geen economische vooruitgang voor de Rijnmond zou betekenen. Nyfer toonde in de publicatie Maa$vlakte met allerhande statistieken en argumenten aan dat de tweede Maasvlakte van buitengewoon veel belang kan zijn voor de economie van regio Rijnmond en OMA betoogde hetzelfde voor de ruimtelijke ontwikkeling ervan. Zij stelden dat de aanleg van de tweede Maasvlakte aangegrepen moet worden om de stad Rotterdam en de haven conceptueel te scheiden.
1 October 1997 _ article by Michelle Provoost and Wouter Vanstiphout

Rotterdam Harbour City

With all the thought being given to the transformations in the old harbour district of Rotterdam we might almost forget that there is a real harbour as well. There are even calls for the city to abandon the harbour altogether, and do away with Rotterdam’s traditional identity as a port. This is inadvisable, however, as this harbour could teach the city a thing or two.
1 October 1997 _ article by Michelle Provoost and Wouter Vanstiphout

Hong Kong, Amsterdam

Five Asiatic cities in a row shock us Westerners by the improbable overlappings of programme and form we encounter there. The physical surroundings and the use of these have a hybrid character that to us borders on the impossible: the clean image of smooth skyscrapers contrasts with the unbelievably intensive use of the street, the laissez-faire economy of shopping malls and international companies with the stalls of small family businesses, the chaos you can see with the strict (social) rules you know exist.
1 January 1997 _ article by Michelle Provoost

Moerasandijvie, boomkikkers en paddentunnel

Dat de tijd voor grote dingen weer is aangebroken wisten we al sinds de 1.000.000 woningen van de Vinex, de 8 miljard gulden van de Betuwelijn en de 300 km per uur van de Hoge Snelheids Lijn. Uit een onverdachte hoek wordt nu aan deze wedloop meegedaan: de ecologen werken de komende jaren aan de totstandkoming van de Ecologische Hoofdstructuur, een enorm netwerk van natuurgebieden ter grootte van enkele honderdduizenden hectaren. Volgens eigen zeggen is de wedstrijd al beslist: de EHS is in oppervlakte groter dan de Vinex, de Betuwelijn, de HSL en de uitbreiding van Schiphol samen. Op 5 juni werd op een mooie zomerdag in Artis een congres gehouden over de EHS, met de titel Oorden van Onthouding. Over nieuwe ‘natuur in verstedelijkend Nederland. Het belangrijkste doel van deze dag was de culturele inbedding van dit project, dat buiten de direct betrokken beroepsgroepen zo goed als onbekend is. Net zoals de stadsvernieuwing destijds uit de non-architectonische 'bouwen voor de buurt'-sfeer werd gehaald door het ‘5 x 5’ project, zo heeft de EHS nu behoefte aan input van ideeën over kwaliteit, ontwerp en samenhang. De EHS dient zich rekenschap te geven van het feit dat zij een culturele constructie is; een representatie van hoe het laat-20ste eeuwse Nederland denkt over de natuur. Het was de taak van de twaalf sprekers op het congres om voor deze culturele verrijking te zorgen.
1 July 1996 _ article by Michelle Provoost

Oh Heavens

Berlin 1996: Asked to build a huge edifice on Friedrichstrasse, the ninety year old architect Philip Johnson found himself restricted by the preconditions of the urban plan by which the city wanted to recreate the 18th-century urban tissue that had been destroyed during the war. Johnson designed a contextualist monstrosity but at the same time he designed a fantasy version, a building for an imaginary Berlin, in which each architect is free and nobody talks about the 18th-century urban grid 'Which was boring anyway'. During lectures he would show it saying: 'in the meantime I would have liked to build this'. The design is absolutely fairytale-like, like a cross between earlyWalt Disney and late Frank Stella. Only the tiny figure standing next to the model says anything about its scale, or does it? The building might as well be ten feet tall or three hundred; it doesn't matter. Johnson explains it as referring to Finsterlin. By being free, the design is cheerful; it profits maximally from the emptiness it stands in by being as beautiful as it possibly can. The attitude that has produced this design presents to us a possibility to defuse the urbanist debate going on in Berlin at this moment, between one group (the one in power) that wants Berlin to look as if there has never been a war, and another (the one not in power) that wants it to look as if the war is still raging. Johnson has made the first major design for Berlin since Mies's Nationalgalerie that does not insult the Berliners by rubbing something in they know already. In other words Johnson has made the first life-enhancing design for Berlin in thirty years.
1 January 1996 _ article by Wouter VanstiphoutPhilip Johnson and the Dawning of the New

A Compulsion towards The Real

Thinking about the body of work the Smithsons have left us and Peter Smithson is still working on, one is confronted with two seemingly disparate qualities in their thinking. On the one hand the Smithsons have an absolute power of abstraction, on the other they approach their objects of study empirically and in this way discover what the built environment conveys to us and how it impacts on us. In doing so, their sensitive eye for the simple and quiet manifestations of architecture and urban design is shown to be of the utmost importance. The Smithsons' ongoing interest in the simple, the ordinary, the anonymous, the as-found, found its voice in the fifties when they were part of the Independent Group, studying popular culture in the form of ads, Hollywood films and pulp fiction. In contrast to the later - American - Pop art their research was non-ironical and genuinely tried to define the qualities that everyday culture possessed.
1 January 1996 _ article by Cassandra Wilkins

Infrarchitecturbanism

De architectuurhistoricus Reyner Banham effende het pad voor de zienswijze van mobiliteit als way of life en als entertainment. In het boek Los Angeles; the architecture of four ecologies (1971) bekende Banham zijn fascinatie voor het bouwwerk van de freeways. Deze voorliefde had echter niets te maken met de vormgeving van de snelweg (de freewayscape), maar alles met de visuele ervaring van de automobilist, en de culture of mobility die zich op de freeway ontwikkelde; de regels en de codes die zich in de gemeenschap van automobilisten in de ecologie van autopia ontwikkelde. De architectuurhistoricus Banham deed zijn veldwerk vanachter het stuur, door zich midden in het vervoerssysteem te storten. Zijn enige esthetische interesse richtte zich op het design van auto's die customised waren (beschilderd, opgevoerd of anderszins aangepast aan de persoonlijke lifestyle van de eigenaar). Banham beschouwde het snelwegsysteem als een "incredibly demanding man/machine system", vol sensatie en gevaar; met onverbiddelijke wetten waaraan de automobilist moet gehoorzamen wil hij het er levend vanafbrengen of in ieder geval op zijn plaats van bestemming aankomen. Maar niet alle gedragingen hebben te maken met een pragmatisch laveren, sommige duiden op een andere manier van de stad beleven en ondergaan. Een voorbeeld daarvan is de volgende observatie: "The first time I saw it happen nothing registered on my conscious mind, because it all seemed so natural - as the car in front turned down the off-ramp of the San Diego freeway, the girl beside the driver pulled down the sun-visor and used the mirror on the back of it to tidy her hair. Only when I had seen a couple more incidents of the kind did I catch their import: that coming of the freeway is coming in from outdoors. A domestic or sociable journey in Los Angeles does not so much end at the door of one's destination as at the off-ramp of the freeway, the mile or two of ground-level streets counts as no more than the front drive of the house".i
1 January 1996 _ article by Michelle Provoost

30,000 houses near Utrecht

The architecture historians Michelle Provoost and Wouter Vanstiphout, who together form the firm of Crimson, took exceptional pleasure in being able to collaborate on the urban plan for Leidse Rijn. Here they join forces with the urban planner Rients Dijkstra of the Max. 2 office to give their account of the equally exceptional way this project is being tackled.
1 August 1995 _ article by Rients Dijkstra, Michelle Provoost and Wouter VanstiphoutMax. 2 designs Vinex location of Leidse Rijn

Het veelzijdige oeuvre van Aalto

Göran Schildt Alvar Aalto: The Complete Works, The Complete Catalogue of Architecture, Art and Designs, Academy Editions, Londen, 1994 (imp. Nilsson & Lamm), 320 pag., geïll., ISBN 1-85490-385-3, ƒ 131,85. Michael Spens Viipuri Library: 1927-1935, Alvar Aalto, Academy Editions, London 1994 (imp. Nilsson & Lamm), 96 pag., geïll., ISBN 1 85490 366-7, f 59,50. Met deze oeuvre-catalogus zette de kunsthistoricus Göran Schildt (Helsinki 1917) een monumentale punt achter de biografische reeks over het leven en werk van Alvar Aalto (1898-1976). In deze, in de loop van de jaren tachtig verschenen, 'award winning' biografische trilogie, respectievelijk The Early Years (1984), The Decisive Years (1986) en de Mature Years (1989), vertelt de auteur aan de hand van mooie illustraties de saga van Finlands grootste architectonische held, Alvar Aalto. De behandelde werken zijn illustratief voor verschillende invalshoeken (echtgenoot, collega, vriend, volkshuisvester, kapitalist en idealist). Veelal vormen ze momenten om conceptuele schakels in zijn oeuvre inzichtelijk te maken. Een groot aantal nooit uitgevoerde en minder bekende, nooit publiekelijk gepresenteerde projecten en prijsvragen ontbrak echter. Deze lacune is nu ondervangen door het publiceren van het vierde monografische deel.
1 July 1995 _ article by crimson, Ernst van der Hoeven
menu