Reads

Paardenmiddelen

Bij de recente presentatie van het 25ste Jaarboek Architectuur in Nederland in het Nederlands Architectuur Instituut leidde Ole Bouman, de vijfde directeur van het NAi, de feestelijke bijeenkomst in met sombere woorden: was dit niet alleen de viering van het 25ste maar ook van het laatste Jaarboek? Was dit feest tegelijk een In Memoriam voor het Nederlandse architectuurbeleid van de afgelopen decennia? Hij heeft een punt: het architectuurlandschap in Nederland, dat rond 1990 werd opgebouwd uit het Jaarboek en het NAi, het Berlage Instituut, de opeenvolgende Architectuurnota’s, het SfA (Stimuleringsfonds voor Architectuur) en later ook de IABR (Internationale Architectuur Biennale Rotterdam), is ingrijpend aan het veranderen.
8 August 2012 _ article by Michelle Provoost

Sprong over het heden

De eerste gemeenschap van verschillende huishoudens die meer dan alleen dagelijkse behoeften dient is het dorp. Deze nederzetting lijkt op de meest natuurlijke manier in het verlengde te liggen van het huishouden. [...] De volkomen gemeenschap die uit een aantal dorpen bestaat vormt tenslotte de polis. Deze heeft een denkbeeldige grens bereikt die bestaat in volledige onafhankelijkheid. Ze is ontstaan om leven mogelijk te maken, maar bestaat voort om goed leven mogelijk te maken. Voor veel filosofen geldt wat voor veel politici en planners geldt: als ze de werkelijkheid beschrijven, beschrijven ze niet de zichtbare werkelijkheid, maar de essentie van de werkelijkheid; de werkelijkheid zoals ze zou moeten zijn. De filosoof reduceert de ongelimiteerde veelzijdigheid van de wereld tot eenvoudige en kloppende categorieën, waarmee weer een heel nieuw complex netwerk van relaties en betekenissen wordt geweven tot een systeem. En vanaf dat moment wordt het systeem gezien als de betere versie van de werkelijkheid.
Soms probeert hij het systeem toe te passen op keuzes die we moeten maken in de ‘vuile’ werkelijkheid zelf. Het filosofische systeem wordt dan een normatief instrument, dat de alledaagse werkelijkheid stapje voor stapje moet kunnen transformeren in de zuivere variant ervan.
Het werk van de planner gaat niet anders. De geschiedenis van de planning en de stedenbouw is er één van modellen voor hoe de stad er eigenlijk uit zou moeten zien, hoe zij eigenlijk gebruikt zou moeten worden, en waar en wanneer en door wie zij eigenlijk gebouwd zou moeten worden. We kennen de modellen van de esperantist en stenograaf Ebenezer Howard die de goede aspecten van het leven op het platteland zouden scheiden van de slechte kanten en ze konden koppelen aan de voordelen van de grote stad. Het resultaat is een universeel toepasbare schema voor karrenwielvormige tuinsteden in het groen, dat sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog tot een metastase heeft geleid van hiërarchisch opgebouwde steden en wijken overal ter wereld. We kennen ook de recente modellen voor Cradle-To-Cradle-steden voor de stedenbouw in Azië en de Arabische Emiraten: een van stoel tot stad ontworpen Gesamtkunstwerk, gebaseerd op een hermetische definitie van duurzaamheid. Maar ook de eigen omgang met de Nederlandse stad is gebaseerd op modellen, normen, universele en generieke diagrammen. Het ministerie van vrom beschrijft nauwkeurig aan welke kwantitatieve normen een woonwijk moet voldoen om leefbaar genoemd te worden. Criminaliteitscijfers, verspreiding in opleidingsniveau, het percentage huurwoningen versus koopwoningen, en nog een aantal zeer uiteenlopende criteria vormen hiertoe de meetinstrumenten. Iedere afwijking van de norm wordt met beleid en subsidies weer in het gareel gedwongen. Is het niet opvallend dat juist zij die zich beroepsmatig bezighouden met de grootste en meest complexe opeenhoping gegevens van een menselijke samenleving – de stad – ervoor kiezen om in de isolatie van het ontwerpbureau en de vergaderzaal, generieke ideaalmodellen te ontwikkelen voor de toekomst van onze steden?

1 January 2012 _ article by Wouter VanstiphoutMythe en utopie van een onaangelijnd beest

What now for the regeneration of London?

"Riots always happen when cities consider themselves to be at a high point in terms of their urban development," says Dutch architectural historian Wouter Vanstiphout, speaking to me from his home in Rotterdam. "We've studied riots in every decade since the 1960s, and every time you can see that the officials of the city felt that on a planning level they were doing the most fantastic things."
18 August 2011 _ Wouter VanstiphoutKieran Long; London Evening Standard

Back to normal?

In November 2005 French President Jacques Chirac welcomed back normality, after weeks of riots in the French banlieues. Instead of 1,000 to 1,500 vehicles being burnt every night, it went back to 163, and then kept to the normal 50 to 150. Every night of the year dozens of cars are being set on fire in the French banlieues and this had been going on for years on end.
11 August 2011 _ article by Wouter Vanstiphout

The Death and Life of Great Urban Concepts

“There seems little doubt that for most of the still growing world cities of the present time, the Dutch solution is the right model.” Peter Hall 1966
“For me, this inter-urban landscape of marinas, research labs, hypermarkets and industrial parks represents the most hopeful face of Britain at the end of the century. The countryside as we used to know it, apart from the National Trust’s colour-coordinated nature trails, is now little more than an agribusiness by-product. We live in the TV Suburbs, among the video shops, take-aways and police speed-check cameras, and might as well make the most of them, since there is nowhere else to go.” J.G. Ballard, 1994
One of the most succesfull urban models to have been developed by London planners is the Randstad Holland. The year 1966 saw two British publications that would have a worldwide impact and would shape the international reputation of Dutch Planning and its legendary self confidence: Peter Halls World Cities and Gerald Burkes Greenheart Metropolis.

26 July 2011 _ article by Wouter Vanstiphout

Inauguration speech Wouter Vanstiphout

The 9th of June, Wouter Vanstiphout will be officially inaugurated as professor at the Delft University of Technology. In his inauguration speech he will address the relationship between the immaterial world of politics and the political potency of tactile design – and vice versa.
2 June 2010 _

De architect heeft het gedaan!

Bepaalt het ontwerp van een stad of de mensen die er wonen gewelddadig worden? Deze op het eerste gezicht vergezochte vraag – er zijn immers zoveel meer voor de hand liggende verklaringen voor geweld dan de inrichting van de openbare ruimte, de onderlinge afstand van de gebouwen of de straatprofielen – werd ineens heel erg actueel in het najaar van 2005. Toen braken in de buitenwijken van verschillende Franse steden rellen uit tussen Afrikaanse en Noord‐Afrikaanse jongeren en de politie, die zouden leiden tot honderden uitgebrande auto’s, winkels en woningen en tientallen doden, en tot een golf van angst, op de toppen waarvan Nicolas Sarkozy uiteindelijk naar het presidentschap surfte.
1 May 2010 _ article by Wouter VanstiphoutDe rol van stedenbouw, architectuur en stadsbestuur in de rellen in de Franse voorsteden van 2005

Terug naar het kannibalisme

“De steden zullen dorpsgewijs bewoond worden” Dat was het adagium van Piet Blom toen hij zijn plannen presenteerde voor de vernieuwing van de Jordaan, de hyperdichtbebouwde stadswijk waar hij een product van was. Alleen een stedeling zou een zo romantisch idee van het dorp kunnen hebben, en alleen een architect zou zijn eigen voorstel verdedigen met een mystieke profetie over de toekomst. Wanneer steden dorpsgewijs bewoond worden is het meestal als zij door allerlei redenen van buitenaf of van binnenuit uit elkaar vallen, leeglopen en desintegreren. Dit geldt voor het oude Constantinopel toen er in de periode van de invasies door de Turken nog maar een fractie van haar oorspronkelijke bevolking woonde, geclusterd in kleine gehuchten rond een oude kerk, schapen hoedend in de schaduw van de machtige stadsmuren en paleizen.[efn_note]S. Runciman, The Fall of Constantinople 1453, Cambridge 1965, p. 9 - 11[/efn_note] Het geldt ook voor het Berlijn tussen de bouw en de val van de muur, waar te midden van het niemandsland, de puinbergen en de braakliggende terreinen, de anarchisten, dienstweigeraars, turken en kunstenaars zich terugtrokken in zelfvoorzienende enclaves. Dus Piet Blom had zeker gelijk met zijn voorspelling, iedere stad, zelfs de Jordaan zal ooit zo zwaar in de problemen komen, dat er niks anders opzit dan haar dorpsgewijs te bewonen.
13 October 2008 _ article by Wouter Vanstiphout

Vlaams Architectuurjaarboek

Dames en Heren, Mijn naam is Wouter Vanstiphout; Ik ben architectuurhistoricus werkzaam bij Crimson Architectural Historians in Rotterdam; mijn nationaliteit is de Belgische. Verder is het goed om bij het lezen van deze tekst ervan uit te gaan dat ik in alle andere opzichten Nederlander ben. Ik woon er immers reeds zo’n dertig jaar. Toch speelt België voor mij wel degelijk een belangrijke rol: het België van de jaren zeventig, meer bepaald de Zuider Kempen, vormen voor mij nog steeds een dikwijls melancholische maar even zo vaak een bijna surrealistische referentie, die ongetwijfeld niets meer met de werkelijkheid van België van doen heeft, maar die toch een vervormend effect heeft op de werkelijkheid die ik waar dan ook aanschouw. Rijdend door plekken zo verschillend als Fort Lauderdale, kleine steden op de Pampa’s in Argentinië, marktsteden in Kreta en zelfs Indiase nieuwe wijken, kan ik mijn reisgenoten nog steeds tot razernij drijven door op te merken: “ het lijkt hier op België”. Dat laat zich gemakkelijk verklaren uit het feit dat ieder verstedelijkingsproces in de wereld op al duizenden jaren op dezelfde manier verloopt, het privé initiatief dat zich door middel van gebouwen, als paparazzi langs een rode loper, manifesteert aan een doorgaande straat. Overal, behalve in Nederland, waar dit geen algemeen beeld (meer) is. De hele wereld lijkt dus op elkaar, behalve Nederland. Maar deze tweedeling is zo grof en lijkt zo stupide dat zij meer over mij moet zeggen, dan over de ruimtelijke orde van Nederland of België. Kennelijk is in mijn onderbewustzijn alles wat niet Nederland is, België geworden.
19 June 2008 _ Presentatie Vlaams Architectuurjaarboek door Wouter Vanstiphout

Urban renewal

Voor de derde en laatste keer maakte Michelle Provoost deel uit van de redactie van het welbekende Jaarboek van de Nederlandse architectuur, samen met Allard Jolles, Cor wagenaar en Daan Bakker. Het volgende artikel is één van haar bijdragen aan het Jaarboek: / For the third and last time Michelle Provoost was editor of the wellknown Yearbook of Architecture in the Netherlands, together with colleagues Allard Jolles, Cor Wagenaar and Daan Bakker. The following article is one of her contributions to the Yearbook: Recent years have witnessed a growing sense of unease about the standard of architectural criticism – there is too little of it, the magazines are superficial, some have even pronounced it dead. One perceived obstacle is the lack of any common denominator in architectural production, either of movement, language, aim or conviction. At a time when ‘a style for the job’ is the rule and many positions appear to have become interchangeable, it is simply impossible to make any meaningful comparison of buildings. The same applies to standpoints, which are rarely articulated by architects nowadays.
15 May 2008 _ article by Michelle Provoostinvention, transformation and the power of the architect
menu