Hoe corona ons laat zien wat we eigenlijk al wisten

article by Mike Emmerik

Voor de zomeruitgave 2020 van Architectuur Lokaal, schreef Mike Emmerik een artikel over de impact van corona op onze steden en hoe het virus laat zien wat we eigenlijk al wisten.

Toen in maart bekend werd dat het coronavirus ook Nederland had bereikt, zaten we met de Independent School for the City middenin een tweeweekse onderwijs-studio genaamd Citizens of the Anthropocene. Deelnemers uit Nederland, Singapore, Berlijn, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk waren naar Rotterdam gekomen om onder leiding van tentoonstellingsontwerper Herman Kossmann en landschapsarchitect Dirk Sijmons een begrip te ontwikkelen van de menselijk invloed op aardse systemen. We bespraken wat dit betekent voor ons werk als ruimtelijk professionals of ontwerpers en hoe we anders kunnen handelen. Terwijl we ons in de voorbereidingen vooral hadden gericht op vraagstukken als klimaatverandering, grondstoffen-winning, voedselproductie en de afname van biodiversiteit, vormde het coronavirus een onverwachte extra dimensie binnen de cursus. Deze zoönose, zoals de familie van ziektes genoemd wordt die van dier op mens overdraag-baar is, kan immers gezien worden als de desastreuze resultante van de manier waarop we als mensheid de leefwereld van andere organismen binnendringen ten behoeve van onszelf.

Goed observeren
Vaak blijven de effecten van ons handelen relatief abstract, omdat de processen traag zijn of omdat ze zich aan de andere kant van de wereld afspelen. Dat dit ons op lange termijn ontzettend kwetsbaar maakt werd pijnlijk duidelijk toen het land halverwege de cursus op slot ging. De deel-nemers gebruikten het weekend om de laatste trein te pakken of het eerstvolgende vliegtuig, voordat het internationale verkeer grotendeels zou worden stilgelegd. Scholen en kantoren sloten, waardoor iedereen hals-overkop moest thuiswerken. Winkelstraten en terrassen waren leeg. De intensive-careafdeling van ziekenhuizen liepen vol. Het virus bleek een ongekende impact te hebben op onze levensstijl en de globale economie. Nu het aantal besmettingen begint af te nemen en we langzaam weer het normale leven kunnen oppakken, wordt er ruimschoots gespeculeerd over de mogelijke lange termijneffecten van het virus en de manier waarop we ons leven inrichten. Nog veel is onzeker en het is maar de vraag hoe snel we weer vervallen in oude patronen, maar door goed te observeren zijn er al wel een aantal lessen te trekken over het functioneren van onze steden en dorpen. Daarvan hebben er een aantal direct betrekking op het ontwerp en de inrichting van onze leefomgeving.

Verlanglijstje
Ten eerste herinnert het coronavirus ons aan het belang van de publieke ruimte. Nu het leven zich grotendeels in en rondom ons eigen huis afspeelt, wordt pijnlijk duidelijk hoe oneerlijk de toegang tot de stedelijke ruimte eigenlijk is verdeeld. In de gemiddelde straat is het vooral de auto die een groot deel van de ruimte inneemt en komen de fietsers en voetgangers op de tweede plaats. Groen of echte verblijfsplekken blijken al helemaal schaars. Nu we massaal zijn gaan lopen en fietsen om ons door de stad te verplaatsen, en voor onze recreatie en ontspanning zijn aangewezen op natuur of groene plekken in de buurt, ontstaat mogelijk ruimte en draagvlak om ook voor de lange termijn toe te werken naar een andere inrichting van onze openbare ruimte. Aan stedenbouwkundigen en beleidsmakers de uitdaging om te laten zien wat dit kan opleveren voor onze leefomgeving. Niet ingegeven door de tijdelijke maatregelen die ons op afstand van elkaar moeten houden, maar door aspecten die al langer op ons verlanglijstje stonden en die onze steden en dorpen blijvend aantrekkelijker, duurzamer, en natuur-inclusiever kunnen maken.

Global cities
Dat het marktdenken onze steden kwetsbaar heeft gemaakt wordt duidelijk door het vrijwel stilvallen van activiteit in bepaalde delen van global cities als Amsterdam en Rotterdam. Het verdienmodel van deze steden, ebaseerd op een continue strijd om toeristen, expats, internationale bedrijven en evenementen naar de stad te trekken, heeft ertoe geleid dat lokale gemeenschappen zijn verzwakt en bepaalde delen van onze steden of dorpen er nu doods bijliggen. In Nederland valt dit relatief nog mee, maar in steden als Barcelona en Rome, waar toerisme verantwoordelijk is voor een veel groter deel van de economie, zijn de gevolgen desastreus en wordt de uitholling van de stad pijnlijk zichtbaar. Daarnaast toont de coronacrisis ons het belang van een inclusieve stad en sterke gemeenschappen. Door de stijgende huizenprijzen en structureel tekort aan betaal-bare woningen is het juist voor mensen met vitale beroepen enorm lastig geworden om dicht bij hun werk te wonen. Tot slot maakt de huidige situatie ons meer dan ooit duidelijk wat de impact is van onze levensstijl op de natuur en het milieu. Al na enkele dagen thuiswerken en het stopzetten van vrijwel alle luchtvaart, verbeterde de luchtkwaliteit (1) en hoorden we de vogels weer fluiten. De natuur kwam letterlijk en figuurlijk tot bloei en ook de wereldwijde CO2-uitstoot nam aanzienlijk af.

Kansrijke transformaties
Met het einde van de slimme lockdown in zicht, is het niet zozeer de vraag welke effecten het coronavirus heeft op onze steden. Het is vooral de vraag welke invloed het zal hebben op de keuzes die we maken voor de toekomst en de ruimtelijke inrichting van ons land op de lange termijn. Door nu goed te observeren en eventueel te experimenteren met een ander gebruik van de openbare ruimte kunnen we ons een beeld vormen van het type transformaties die kansrijk zijn. Door de tijdelijke herinrichting van een straat met meer verblijfsplekken en ruimte voor fietsers en voetgangers kunnen we bijvoorbeeld testen hoe het verkeer zich gaat gedragen. De afname van internationaal verkeer en toerisme geeft ons tijd om kritisch te kijken naar de weeffouten in onze steden die zichtbaar zijn geworden en te bedenken hoe we deze kunnen repareren. De grootste uitdaging zal hem zitten in de vraag of het ons lukt om de trends en ontwikkelingen die door het corona-virus zijn versneld of uitvergroot, te gebruiken om een systeemverandering teweeg te brengen die kan helpen ons land blijvend te verbeteren. Mogelijk kunnen we deze crisis gebruiken om ons land weerbaarder en inclusiever te maken. Om dit te bewerkstelligen is niet alleen politieke visie en leiderschap nodig, maar ligt er ook een grote opgave voor stedenbouwkundige en ruimtelijk ontwerpers om te laten zien wat dit oplevert voor onszelf en de wereld om ons heen.