Niet overal Nederland

Toevallig zijn er recent twee romans verschenen die zich alletwee afspelen in een nieuwe stad, die nog maar kort bestaat of zelfs nog niet af is. Dat gebeurt niet vaak, aan nieuwe steden zijn nog geen verhalen en geschiedenissen verbonden, ze hebben nog geen reputatie. Ze kunnen moeilijk als een complex personage ingezet worden zoals Oscar Wilde dat deed met het negentiende eeuwse Londen of Brett Easton Ellis met het New York van de jaren tachtig. Toch is dat nu gebeurd met Dubai, de plek waar Arnon Grunberg’s De man zonder ziekte zich (o.a.) afspeelt, en met King Abdullah Economic City in Saudi Arabië, die het décor vormt waartegen Dave Eggers Een hologram voor de koning situeert. Ze gebruiken beide deze New Towns als symbool van iets – maar van wat? Als een symbool van de betrekkelijkheid, of zelfs het einde van de westerse (en dus ook Nederlandse) manier van denken, dingen doen en dingen regelen?

KAEC (uitgesproken als cake) is een van de vier ‘economic cities’ van Koning Abdullah, bedoeld om de Saudische economie diverser te maken en minder afhankelijk van olie. De steden moeten door het aantrekken van buitenlandse investeringen en bedrijven bijdragen aan de ontwikkeling van het lege binnenland.
Als je de websites gelooft zal de stad binnenkort 2 miljoen mensen huisvesten, een gigantisch CBD hebben met hoge wolkenkrabbers aan een baai met jachthavens, villa’s in resorts aan de zee of aan een golfbaan en –verspreid over de stad- 500 moskeeën. Ook claimt men dat het een vrijhaven in Saudi Arabië wordt, met meer vrijheden voor vrouwen bijvoorbeeld. Maar de juichende perspectieven op de website kunnen (nog) niet onderbouwd worden door de realiteit: die bestaat vooral uit woestijn met een toegangspoort, waarachter een enkel kantoor en een eenzaam resort is gebouwd temidden van nóg meer woestijn.

Tegen deze achtergrond speelt zich het treurig stemmende relaas af van een man in de vijftig, die met de moed der wanhoop de high tech uitvinding van zijn bedrijf, een hologramtechniek die vergaderen op afstand mogelijk maakt, aan Koning Abdullah hoopt te slijten. Hij heeft het niet makkelijk: zijn huwelijk is mislukt, hij heeft geldproblemen, zijn jarenlange ervaring als verkoper van fietsen baat hem niets in zijn huidige positie, de jongere garde van het bedrijf respecteert hem niet, hij is ontgoocheld. Onnodig te zeggen dat de deal met Koning Abdullah uiteindelijk ook mislukt; de Chinezen zijn hem te slim af en krijgen ‘zijn’ opdracht.

Zou er een beter décor denkbaar zijn voor dit verhaal dan KAEC? Een fantoomstad die alleen nog bestaat als maquette en marketingverhaal. De droom dat de stad ooit iets moois en groots wordt is verleidelijk om in te geloven. De hoofdpersoon doet dat, hij heeft iets nodig om in te geloven. Maar zelfs zijn taxichauffeur weet dat er nooit iets van terecht zal komen.
De inertia van de stad, de vervreemding van onbewoonde flats en eindeloze boulevards omzoomd door palmbomen in een kale woestijn: zoals de stad ligt te wachten op buitenlandse investeerders, zo wacht de hoofdpersoon op de koning, lamlendig, afhankelijk en aan het lijntje gehouden.

Wat de situatie verder compliceert zijn de culturele verschillen met het westen. Alle communicatie is onbegrijpelijk; er wordt van alles gezegd en gedaan, maar wat het precies betekent blijft in het ongewisse. Toch blijft de hoofdpersoon hopen en wachten, grotendeels vanuit opportunisme; (onterecht) vertrouwend op zijn reputatie en een rotsvast vertrouwen in de superioriteit van zijn product, maar vooral van zijn cultuur.

Dat opportunisme van de westerling die een stukje van het oliegeld wil meepikken speelt ook in de roman van Grunberg een rol met noodlottige gevolgen. De culturele tegenstellingen tussen west europa en het midden oosten worden uitgespeeld tegen de achtergrond van Zurich aan de ene kant en (Bagdad en) Dubai aan de andere kant. De hoofdpersoon, een even naïve als hardleerse architect, wil de wereld verbeteren door goede architectuur en vertrekt vol hooggestemde ambities naar Baghdad om een operagebouw te realiseren (zoals Frank Lloyd Wright in 1957 tevergeefs probeerde). Wanneer hij die poging maar ternauwernood overleeft, krijgt hij de opdracht om een bibliotheek in Dubai te bouwen, met een ondergrondse bunker. De opera en het boek fungeren bij Grunberg als de twee symbolen van de civil society. De architect raakt echter vermalen door Kafkaeske machtstructuren en complotten waar hij niets van begrijpt. Hij begrijpt ook niet veel van de stad, die hij ervaart als niet meer dan een ‘gigantische tolweg, met daarnaast oases van luxe, hotels, shopping malls, meer hotels, luxeappartementen.’
Zelfs wanneer hij als spion opgesloten, gemarteld en veroordeeld wordt blijft de nogal autistische architect als een mantra herhalen dat hij een Zwitser is en een architect, maar niemand in Dubai heeft daaraan een boodschap.

In beide romans hebben de nieuwe steden een vergelijkbare symbolische betekenis, die van een hedendaags cultuurpessimisme getuigt. In beide gevallen wordt er op hardhandige wijze een einde gemaakt aan gevoelens van westerse hegemonie, bij Eggers doordat de Amerikaanse hoofdpersoon hopeloos achterop is geraakt en zijn positie aan ‘de Chinezen’ kwijtraakt en bij Grunberg door een naief geloof in moreel overwicht dat de architect zelfs het leven kost. Grunberg laat een Amerikaanse projectmanager zeggen: ‘De Europeanen zijn week geworden door hun dogmatische pacifisme, zij zijn niet meer bereid ergens voor te vechten, verslaafd aan luxe zijn ze. Zij zijn de dinosaurussen van de menselijke soort, bezig te verdwijnen, gedoemd zichzelf op te heffen. Andere, sterkere volkeren zullen het overnemen.’ De architect leeft in de veronderstelling dat het overal Zwitserland is en voelt niet aan hoe in Dubai andere wetten gelden. De moraal van het verhaal voor Nederlandse architecten werkend in het buitenland is duidelijk: het is ook niet overal Nederland op de wereld.






column in S&RO september 2012